De kunst van het klimmen

Klimmen is misschien wel het meest heroïsche onderdeel van het fietsen. Tegen het typische Tour-decor van het hooggebergte onder een loden zon kregen de grootste exploten uit de wielergeschiedenis gestalte. Die heroïek trekt aan, en velen willen die beroemde Tour-cols ook zelf wel eens bedwingen. Maar hoe doe je dat precies?

Bergop is het vooral de zwaartekracht die je moet overwinnen. Je spreekt daarbij andere spiergroepen aan dan op het vlakke en dat vereist een iets andere fietstechniek. Belangrijkste uitgangspunt om heelhuids de top te bereiken, is om je eigen tempo aan te houden. Ga je in het wiel van je (sterkere) fietsmaat dan bestaat de kans dat je jezelf in het rood rijdt, en uiteindelijk over je toeren gaat. Niet erg stimulerend voor de cols die nog (moeten) volgen.

Trapfrequentie en verzet
Je eigen tempo aanhouden betekent je eigen cadans vinden, ofwel de juiste trapfrequentie. Die is bergop belangrijker dan op het vlakke. Een te groot verzet bergop betekent sneller kans op overbelasting. Ideaal voor de meeste wielertoeristen is een cadans tussen 70 en 80 omwentelingen. Ga in elk geval nooit lager dan 60, in verband met de te hoge belasting op pezen en gewrichten, met name de knieën. 

Een hoge cadans betekent automatisch een klein verzet. Om met 11 km/u te klimmen kom je met een standaard overbrenging van 39x25 aan een trapritme van 56. Om boven de 60 uit te komen, heb je achteraan een kransje van bijvoorbeeld 28 nodig.

Welk verzet je het best kiest, is afhankelijk van de steilheid van de bergen die je plant te bedwingen. Het gemiddelde stijgingspercentage (ook wel: hellingsgraad) van bijvoorbeeld de Mont Ventoux is 7,37% (je stijgt 1.548 meter over een lengte van 21 kilometer), al ligt het moeilijke deel van de klim kilometerslang rond de 10%. Daarvoor moet je een echt bergverzet hebben. Ga je naar de Italiaanse Muro di Guardigrele dan neem je het best een mountainbikeverzet mee, want die 600 meter korte klim stijgt gemiddeld 22,2% met een uitschieter tot 27,8%!

Compact of triple?
Het gebergte in gaan met de standaard tandbladcombinatie 53-39 is niet aan te raden voor de gemiddelde recreant. Gelukkig zijn tegenwoordig de zogeheten compact crankstellen goed ingeburgerd. Zij hebben een 50-36 of 50-34 combinatie. Samen met een cassette met als kleinste tandwiel 30 of zelfs 32 tanden zit je dan veilig voor nagenoeg elke berg. Met een triple crankstel (52-39-30 tanden) zit je natuurlijk helemaal gebeiteld, al zijn er nadelen aan drie tandbladen vooraan (zwaarder, storingsgevoeliger).

Staan of zitten?
De beste manier om een lange klim te doen, is zittend op het zadel in een regelmatige cadans. Maar op de moment dat je niet meer vooruit lijkt te komen, kan staand klimmen even verlossing bieden. Je laat dan je lichaamsgewicht meehelpen om de pedalen naar beneden te duwen. Lang zullen de meesten dat ‘dansen’ niet volhouden, want het pijnigt je bovenbenen. Toch is het niet slecht om geregeld eventjes uit het zadel te komen, om er een steiler stuk mee te overwinnen of om snel je rug te strekken.

De bergen in!
Voor het echte klimwerk reis je naar de Alpen of Pyreneeën. Daar zijn de mogelijkheden voor fietsers opzoek naar uitdaging eindeloos. Ga je voor de beroemde Tour cols? Of zoek je liever de stillere bergweggetjes op? 

Je kunt het denk and planwerk ook aan een ander overlaten. Fietsavontuur organisator Holimites is een bekende naam in de wielerwereld en gevestigd in Alta Badia, middenin de Dolomieten. Voor een fietsvakantie op maat in deze spectaculaire bergketens van Italië is Holimites al generaties lang de aangewezen partner. Op zoek naar de uitdaging van je dromen? Bike-Dreams heeft een paar mooie tours op het programma staan aankomende seizoen. Nog niet zeker van je keuze? Beide partijen en nog veel meer tour organisaties zijn vertegenwoordigd op Bike MOTION. Kom langs om de mogelijkheden te bespreken!